Overige landen

Japan

Historisch gezien heeft Japan heeft net als Nederland een sterke binding met de bloembollencultuur. Yokohama en Toyoshima zijn altijd belangrijke productiegebieden voor tulpen geweest en de export van Nederlandse bloembollen naar het land van de rijzende zon was tot het begin van de jaren ’80 beperkt in omvang. Het land was juist ook vanwege die eigen teelt vrij protectionistisch ingesteld en het kende zeer stringente importeisen als gevolg waarvan geïmporteerde bloembollen eerst in zogenaamde quarantaine-tuinen moesten worden opgeplant alvorens ze verder mochten worden verhandeld. Na jarenlange onderhandelingen met de Japanse overheid, is de markt vanaf 1986 langzaam opengebroken, eerst voor tulpen, hyacinten en amarylissen en van 1989 mochten de eerste lelies geëxporteerd worden. Het fytosanitair openbreken van de markt heeft ertoe geleid dat Japan in de afgelopen decennia steeds tot de top-5 van belangrijkste afzetmarkten behoort.

China

De Chinese markt is altijd beperkt in omvang geweest voor de Nederlandse bloembollensector. In het jaar 2000 bedroeg de exportomzet niet meer dan 5 mln. euro en slechts een beperkt aantal exporteurs was er actief. Daarin kwam gaandeweg verandering en inmiddels behoort het land met een omzetwaarde van plm. 35 euro tot een van de belangrijkste groeimarkten. Voor de lelie is het zelfs de grootste exportmarkt geworden. Ook voor China geldt dat er zeer strikte importeisen worden aangehouden, waardoor de toegang tot de markt wordt bemoeilijkt. Om daarin verbetering te brengen is er na moeizame onderhandelingen in 2010 een overeenkomst tussen Nederland en China ondertekend betreffende “the Phytosanitary Requirements for Flower Bulbs tob e imported from the Netherlands to China. Ondanks deze overeenkomst blijft de export naar China risicovol vanwege de stringente export- en importinspecties, die in Nederland en China worden uitgevoerd, waarbij men ook gebruikmaakt van de verschillende toetsen.

Voor de boomkwekerijsector is China een belangrijke leverancier van  Acer. In 2009 leidde de vondst van de Anoplophora chinensis, oftewel de Oost-Aziatische boktor, in Boskoop tot een crisis met verstrekkende gevolgen voor het de sector en het bedrijfsleven. Deze boktor is in Europa namelijk een quarantaine organisme en onderzoekingen wezen uit dat die Nederland is binnengekomen in een partij Acers die uit China afkomstig was. Dankzij de inzet van vele betrokken instanties kon het probleem worden opgelost, hoewel de consequenties voor het bedrijfsleven groot waren. Dankzij deze gerichte aanpak kon  Boskoop zijn status als het handelscentrum van de Nederlandse boomkwekerijsector behouden. Voor de export van boomkwekerijproducten naar China zijn de mogelijkheden beperkt als gevolg van de strikte importeisen die worden gesteld.

Zuid Korea/Taiwan/Vietnam

Deze drie landen komen nog niet voor in de Top-10 van belangrijkste afzetmarkten voor bloembollen. Toch importeren deze landen gezamenlijk zo’n 35 mln. euro aan bloembollen, waarbij Taiwan met een aandeel van 15 mln. de grootste is. Net als voor Japan en China is er voor de export naar Zuid Korea ook een fytosanitair protocol van kracht, waarin de toleranties voor ziekten en plagen zijn opgenomen en waarin ook de inspectieprocedures beschreven staan. Voor Taiwan en Vietnam is dat niet het geval, hoewel ook deze landen zeer stringente eisen stellen op het gebied van plantgezondheid.