Export Malus en Pyrus naar Noorwegen

donderdag 16 januari 2014 15:05

Export Malus en Pyrus  naar Noorwegen

  • Bacterievuur (Erwinia amylovora (fire blight))
  • Candidatus phytoplasma mali (Apple proliferation phytoplasma)
  • Candidatus phytoplasma pyri (Pear decline) 

Noorwegen staat tot op heden geen import toe van Malus en Pyrus uit landen waar bacterievuur (Erwinia amylovora (fire blight)) voorkomt. 

Noorse importeurs kunnen bij de Noorse Plantenziektenkundige Dienst een aanvraag indienen om in aanmerking te komen voor een uitzondering op dit importverbod. Dan moet aan de volgende voorwaarden voldaan worden:

  • Import uit landen waar bacterievuur voorkomt mag niet leiden tot de introductie van bacterievuur;
  • Het Plantmateriaal moet afkomstig zijn uit een Pest Free Area (PFA) (conform de eisen van ISPM no. 4) of uit een bacterievuur bufferzone van waaruit waardplanten met een ZPB2 code verhandeld mogen worden naar beschermde gebieden in de EU. Daarbij mag in de bufferzone in de afgelopen 5 jaar geen bacterievuur zijn aangetroffen.
  • De planten moeten hun hele teeltcyclus in de PFA of bufferzone hebben doorgebracht;
  • Plantmateriaal dat in de kas geteeld is en de Elite status van Naktuinbouw heeft, mag eventueel afkomstig zijn van buiten de Pest Free Area of bufferzone     

Omdat in de bacterievuur bufferzones toch af en toe bacterievuur wordt aangetroffen kan Nederland niet voldoen aan de eis dat er in de bufferzone 5 jaar geen aantasting mag zijn aangetroffen. Op verzoek van Anthos en de LTO vakgroep Bomen en vaste planten heeft de NVWA de Noorse Plantenziektenkundige Dienst uitgenodigd om een bezoek aan Nederland te brengen om de mogelijkheden te bespreken onder welke voorwaarden Noorwegen import van Malus en Pyrus zou kunnen toestaan. Dit bezoek heeft recentelijk plaatsgevonden en op basis daarvan heeft Noorwegen separate fytosanitaire eisen opgesteld waaraan voldaan moet worden indien niet voldaan kan worden aan bovengenoemde eisen zoals gesteld met betrekking tot de Pest Free Area of bufferzone. 

Deze fytosanitaire eisen zijn als volgt:

  • De planten moeten geteeld zijn in een bacterievuur bufferzone;
  • Op de betreffende kwekerij mag geen bacterievuur zijn aangetroffen tijdens het teeltseizoen. Er moeten drie veldinspecties worden uitgevoerd op de kwekerij;
  • En er mag geen bacterievuur zijn aangetroffen in een straal van 500 meter rondom de kwekerij (2 inspectierondes);
  • Bij de inspecties wordt uitgegaan van de Noorse lijst van bacterievuur waardplanten;
  • Aanvullend moeten er visuele inspecties worden uitgevoerd en de waardplanten moeten getest worden op de aanwezigheid van latente infecties. Hierbij mag geen bacterievuur worden aangetroffen of aangetoond; 

Phytosanitary measure

Place of production

< 500 m from place of production

Official visual inspection

1)        All host plants of fire blight (according to the   Norwegian list of host plants)

2)        At least 3 times during the growing season; in July,   August and September

3)        Possibility of an inspection by Norwegian Food   Safety Authority during the last growing season before export to Norway

a)        All host plants of fire blight (according to the   Norwegian list of host plants)

2)        At least twice during the growing season; in the   period from July to September

 

Official testing for latent infection

One per thousand of the plants to be exported to   Norway must be sampled and tested during the last autumn before shipment,   during the last official visual inspection.

 

 
Naast eisen m.b.t. bacterievuur gelden er ook eisen voor Candidatus phytoplasma mali (Apple proliferation phytoplasma) en Candidatus phytoplasma pyri (Pear decline): 

Voor Malus geldt het volgende:

  • Van elke 1000 planten die naar Noorwegen geëxporteerd worden, moet het wortelgestel van 1 plant getoetst worden met Real Time PCR en vrij bevonden worden van Candidatus phytoplasma mali. Als de planten met bladeren worden geëxporteerd tijdens de zomer of vroege herfst dan dienen de bladeren getoetst te worden in plaats van de wortels.

Als de zending bestaat uit minder dan 1000 planten dan dient er minimaal 1 plant bemonsterd te worden. 

Voor Pyrus geldt het volgende:

  • Verklaard moet worden dat het land van herkomst vrij is van Pear Decline;

Of

  • Van elke 1000 planten die naar Noorwegen geexporteerd worden, moet het wortelgestel van 1 plant getoetst worden met Real Time PCR en vrij bevonden worden van Candidatus phytoplasma pyri. Als de planten met bladeren worden geexporteerd tijdens de zomer of vroege herfst dan dienen de bladeren getoetst te worden in plaats van de wortels. 

Tevens moeten de geëxporteerde planten voldoen aan alle overige fytosanitaire eisen die Noorwegen stelt. 

Op het fytosanitaire certificaat moet de volgende aanvullende informatie worden vermeld:

  • Een verwijzing dat de Noorse Plantenziektenkundige Dienst een uitzondering heeft verleend aan de betreffende importeur (import permit/letter);
  • Informatie uit welke zone de planten afkomstig zijn (naam/nummer en of het een PFA of een bufferzone betreft)

« Terug